|
Radioamateurs of zendamateurs (of in officiële terminologie, radiozendamateurs) zijn mensen die een hobby hebben gemaakt van het uitoefenen van experimenten op het gebied van het uitzenden en ontvangen van radio- en/of televisiesignalen.
VormenVoor het uitzenden wordt een grote verscheidenheid aan uitzendmodes (modulatievormen) gebruikt, van morsecode, FM- en AM-spraak, datasignalen zoals telex-signalen (in FSK, AFSK, QAM), Slow Scan Televisie (SSTV), Amateurtelevisie (zowel analoog als digitaal) en Packet Radio. Radiosignalen zijn elektromagnetische golven, die zich volgens de wetten van Maxwell door de ruimte voortplanten. De voortplanting van radiogolven in de atmosfeer wordt beïnvloed door zonneactiviteit en/of weersinvloeden. Onderzoeken en experimenten naar de voortplanting onder diverse omstandigheden vormen een belangrijk onderdeel van het radiozendamateurisme. Veel radiogolven zijn niet tot de aarde beperkt: er kunnen verbindingen gemaakt worden via een kunstmaan. Ook de maan en meteorieten kunnen als passieve reflector gebruikt worden om signalen terug naar de aarde te kaatsen. Oorsprong van de term HAMEen HAM-radio is een radiozender die in gebruik is bij een beoefenaar van de radiozendhobby. Vooral Engelstalige Radioamateurs noemen zichzelf hams. HAM is geen afkorting. In het Engels betekent hamming al sinds de middeleeuwen overacteren en is een ham een slecht acteur. In de betekenis van slechte radio-operator wordt de term HAM voor het eerst vermeld in het studieboek The Telegraph Instructor van G.M. Dodge in 1899. Guglielmo Marconi had in 1895 de eerste radiotelegraaf uitgevonden maar het zou tot 1901 duren vooraleer het toestel via Morse een trans-Atlantische verbinding kon maken. In de beginjaren experimenteerden professionelen en amateurs volop met antennes en vermogens. Nu werkte de radiotelegraaf (vonkbrugzendapparaat) op basis van breedbandige elektrische ontladingen en niet specifiek op een bepaalde frequentie, waardoor het haast onmogelijk was meer dan één uitzending tegelijk te ontvangen, zonder storing van een andere. In die context ontstond de term HAM voor een operator (pejoratief: amateur) die veel hogere vermogens toepaste dan strikt noodzakelijk voor zijn communicatie, waarmee hij het radioverkeer in de wijde omtrek of zelfs wereldwijd verstoorde. Radioamateurs blijven zichzelf tot op vandaag hams noemen, waardoor de negatieve bijklank totaal verloren is gegaan. ExamensRadio(zend)amateurs hebben na het succesvol afleggen van een technisch examen over radiotechniek en wetkennis een machtiging van de overheid verkregen om radioapparatuur te bezitten en te gebruiken. Dit heeft als doel om storingen veroorzaakt door onwetendheid of onkunde te vermijden. Dit is een van de redenen dat een radiopiraat zich vaak ten onrechte radioamateur noemt. Piraten zijn wettelijk gezien niet voldoende kundig in het gebruik van zendaparatuur. Daarnaast beschikken ze niet over de benodigde wetkennis. Voor de toegang tot de HF-banden was tot in 2003 een succesvol morse-examen benodigd, maar deze eis is in Nederland eind december 2003 afgeschaft en in België op 1 augustus 2003. Tot die tijd moest men eerst met 12 woorden per minuut morse kunnen seinen en opnemen, in Nederland later 5 woorden per minuut. Examens worden afgenomen door de overheid (In Nederland sinds 1927 door het Agentschap Telecom of een voorloper ervan. In België door het BIPT voorheen RTT (Regie van Telegraaf en Telefoon) ). In landen die behoren tot de CEPT kan men een HAREC-certificaat behalen dat in meerdere landen geldig is. Sommige landen erkennen echter de vergunningen uitgereikt aan radioamateurs die geen morse-examen afgelegd hebben niet of slechts beperkt. Daarom kunnen de erkende verenigingen in België sedert 2 augustus 2006 ook een morse-proef afnemen en een bijhorend certificaat afleveren. RoepnaamAlgemeenZodra het examen met goed gevolg is afgelegd mag een aankomend radiozendamateur een roepnaam (in het Engels: callsign) aanvragen, waarmee hij zich in het radioverkeer moet identificeren. NederlandVoor Nederland bestaat een callsign uit een prefix van 2 letters en 1 cijfer, gevolgd door een suffix van 1, 2 of 3 letters. De roepnaam is tegenwoordig vrij te kiezen, met uitzondering van SOS en lettercombinaties in de reeks QOA t/m QUZ, om verwarring van de z.g.n. Q-codes te voorkomen. Willekeurig voorbeeld van een Nederlandse callsign is PE1GLL. Aan Nederland toegewezen prefix letters zijn vanaf PA tot en met PI. De Nederlandse prefixen PA, PB, PC, PE, PF, PG, PH betreffen de hoogste vergunningcategorie die toegang geeft tot alle amateurbanden: de F-vergunning (voorheen de A-, B- of C-vergunning), max. zendvermogen 400W (6m band en >440MHz 120W. PD betreft de Novice-vergunning (die toegang geeft tot vijf amateurbanden: 40 meter (7,05 - 7,1 MHz) 20 meter (14 - 14,25 MHz), 10 meter (28 - 29,7 MHz) 2 meter (144 - 146 MHz) en 70 centimeter (430 - 440 MHz), max. zendvermogen 25W. De PI4-stations zijn verenigingszenders. De PI5-prefix is voor opleidingsstations bedoeld. De PI2-, PI3- en PI6-prefixen betreffen relaisstations. PI8-stations zijn packet radio mailbox stations, en PI1-stations zijn packet radio access points en nodes (knoop-punten). De eerste in Nederland uitgegeven call was PAoBZ op 19 augustus 1929. De enige Nederlander die zonder het doen van examen een machtiging en roepletters heeft gekregen is Henk Jesse PA0CII. Hij ontving deze op 9 december 1983, 60 jaar nadat hij als piraat met de roepletters PCII in 1923 als eerste Nederlander een radio verbinding had gemaakt met Noord-Amerika op een golflengte van 113m. Henk Jesse is in 2001 overleden, SK (Silent Key) in amateur jargon. BelgiëBelgische stations hebben een prefix vanaf ON tot en met OT, al wordt meestal ON gebruikt.
SpectrumIn 1904 heeft Nederland voor het eerst een Telegraafwet ingevoerd om exuberante vermogens en storingen van het radioverkeer in te dijken. Uiteindelijk zijn in de telegraafwet ook de regels neergelegd waarbinnen radioamateurs hun hobby kunnen uitoefenen. In het hele radiospectrum is globaal 6 procent door ITU-R gereserveerd voor zendamateurs. Dit voorrecht is eigenlijk een overblijfsel uit de begintijd van radiotechniek. Radio-amateurs hebben meermalen met hun radio-experimenten mogelijkheden bedacht en het mogelijk gebruik van de verschillende golflengten aangetoond. Zo is veel kennis vergaard maar desondanks werden de amateurs steeds weer opnieuw verbannen naar commercieel minderwaardige banden. Gezien de schaarste op de MF en HF-banden is daar de toegewezen ruimte beperkt, maar met name in de VHF- en vooral UHF/SHF/EHF-banden is volop ruimte gereserveerd, al zijn amateurs ook daar zelden de enige gebruikers van die frequentiebanden. Rond 1930 werd structureel een deel van de radiobanden gereserveerd voor amateurs met een machtiging. VerenigingenEr zijn twee landelijke verenigingen actief in Nederland en één in België, waar de twee grootste taalgemeenschappen ook hun eigen vereniging hebben. Deze verenigingen proberen de belangen van zendamateurs in het overleg met de overheid zo goed mogelijk te bewaken en verdedigen. De grootste vereniging van Nederland is de VERON, gevolgd door de VRZA. De grootste vereniging van België is de UBA, gevolgd door de Nederlandstalige VRA en het Franstalige UFRC. Daarnaast is per land één vereniging lid van de wereldorganisatie van zendamateurs (de IARU) (voor Nederland de VERON en voor België de UBA). Dit maakt dat een groot deel van de radioamateurs geen vertegenwoordiging heeft in de IARU. Deze IARU is één van de partijen in het wereldoverleg voor verdeling van radiofrequenties (de WARC). Er bestaan ook zelfstandige en meestal lokale verenigingen zoals de NVRA te Haarlem, RCK te IJmuiden en YRC te Beverwijk. Deze verenigingen beschikken over een eigen onderkomen en bedrijven deze hobby in regionaal verband. De VERON en de VRZA zijn eveneens regionaal georganiseerd in afdelingen, die doorgaans ook een eigen onderkomen hebben en regionaal georiënteerd zijn. Ook de Belgische verenigingen zijn georganiseerd in plaatselijke afdelingen, voor de UBA zijn er dat meer dan 80. Overzicht van de frequentiebanden waar radiozendamateurs toegang toe hebbenLF Langegolf135,7 - 137.8 kHz (2200 meter-band) MF Middengolf1,81 - 1,88 MHz (160 meter-band) België 1.81 - 1,875 MHz HF Kortegolf
VHF50 - 52 MHz (6 meter-band) 70 - 70,500 MHz (4 meter band) Voetnoot: niet toegelaten in België en Nederland, al is er op dit moment in Nederland een lobby gaande. Het niet toelaten is jarenlang gekoppeld aan het actief zijn van "aardse" analoge televisiezenders in de nabijheid van dit spectrum. Inmiddels zijn in Nederland -medio december 2006- alle analoge televisiezenders uitgeschakeld. 144 - 146 MHz (2 meter-band) UHF430 - 440 MHz (70 cm-band) 1240 - 1300 MHz (23 cm-band) 2320 - 2450 MHz (13 cm-band) SHF3400 - 3475 MHz (9 cm-band) 5650 - 5850 MHz (6 cm-band) 10 - 10,5 GHz (3 cm-band) 24 - 24,25 GHz EHF47 - 47,2 GHz 76 - 81,5 GHz 122,25 - 123 GHz 134 - 141 GHz 241 - 250 GHz Zie ookExterne linksNederland
België
Buurlanden |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.
Mercedes Car
This site monitored by SitePinger.net