Een computernetwerk is een systeem voor communicatie tussen twee of meer computers. Zie ook datacommunicatie netwerk Er zijn zowel computernetwerken waarbij de computers communiceren via fysieke elektrische kabels of glasvezelkabels, als draadloze netwerken. In de topologieën van netwerken worden fysieke en logische topologieën onderscheiden. Globaal spreekt men van een LAN waarop computers binnen één gebouw of complex aangesloten worden en een WAN om verbinding te leggen over grotere afstanden.
Voor computernetwerken is het meest gebruikelijke model het OSI-model. Het TCP/IP-protocol is het meest gebruikte protocol op de 3e laag (IP) en de vierde laag (TCP) van het OSI-model.
Het OSI-model kent 7 lagen (eigenlijk 8 want laag 2 is later opgesplitst in twee lagen): 7-Application, 6-Presentation, 5-Session, 4-Datalink, 3-Network, 2b-Logical Link Layer, 2a-Media Access Layer en 1-Physical Layer.
Point-to-point - Twee computers verbonden met een kabel
Voordeel: Eenvoudig te realiseren
Nadeel: Maximaal 2 computers per netwerk
Bus - Alle computers op één kabel.
Voordeel: Eenvoudig te realiseren en meer dan twee computers per netwerk mogelijk
Nadeel: Trage verbinding bij veel computers
Ster - Alle computers hebben een kabel naar een centraal punt
Voordeel: Snelle verbinding bij veel computers
Nadeel: Veel bekabeling nodig
Ring - De computers zijn met elkaar verbonden en vormen samen een ring.
Voordeel: Snelle verbinding met weinig bekabeling
Nadeel: Lange toegangstijd bij veel computers: Het duurt even voordat de snelle verbinding beschikbaar komt. Ook hebben alle computers een netwerkkaart met ten minste twee poorten nodig.
Hybride – Een mengeling van bovenstaande vormen.
Voordeel: Men kan het netwerk toespitsen op de wensen en eisen van de gebruiker